Negende generatie
Alle Jans van der Sluis (1813 - 1883)


4.3.1
ALLE JANS, koopman te Hemrik

3-4-1813 Hemrik - 23-3-1883 Hemrik
x Antje Wobbes Rinsema Opsterland 9-7-1836
6-3-1815 Ureterp - 3-2-1882 Hemrik
dv Wobbe Kornelis' Rinsema en Mintje Taekes Taekema

1. Jan 6-4-1837 Hemrik
2. Geeske 9-4-1839 Hemrik
3. Wobbe 15-6-1841 Hemrik
4. Mintje 3-4-1843 Hemrik
5. Pier, 27-2-1845 - 30-4-1849 Hemrik
6. Thaeke, 28-11-1847 - 15-1-1848 Hemrik
7. Aaltje 8-12-1848 Hemrik
8. Pier, 27-8-1850 - 31-3-1851 Hemrik
9. Tjitske Janke, 26-7-1852 Hemrik
10. Pier 25-5-1855 Hemrik
11. Thaeke, 8-3-1859 - 25-1-1861 Hemrik



Dankzij een tiental bewaard gebleven dagboeken van Alle Jans kunnen we ons een uitstekend beeld vormen van het doen en laten van de rijke hereboer, vervener en koopman Alle Jans. Deze dagboeken zijn inmiddels integraal te vinden op onze site.
Rijk mogen we hem zeker noemen: bij zijn overlijden is er aan onroerend goed te verdelen zo'n 64 ha. weiland, 73 ha. bouwland, 118 ha. heide, 27 ha. bos, 2 ha. hooiland, 2 zathen, 19 huizen en 1 kalkoven. De totale waarde wordt in 1883 geschat op f 192.782,- en wanneer men dan bedenkt dat een hectare weiland toen zo'n duizend gulden opbracht tegen nu 30.000, dan is de grootte van het vermogen toch aanzienlijk te noemen. Hoewel het boerenbedrijf niet de grootste bron van inkomen is voor Alle Jans schenkt hij hieraan toch veel aandacht. Elke dag begint hij met het geven van opdrachten aan zijn personeel en controleert hij ook de werkzaamheden. Eenmaal vermeldt hij zelfs niet zonder trots: 'Ik heb bij de hooiers geweest en daar een weinig geholpen'. De belangrijkste arbeider, aan wie hij ook veel delegeert, is Boke Roels de Jong, die voor vier gulden weeks bij hem in dienst is. In tegenstelling tot tegenwoordig is in Hemrik en omgeving de landbouw dan nog belangrijk, de voornaamste produkten zijn aardappelen, rogge en boekweit. Grote zakelijke belangen heeft hij ook in de vervening. In Hemrik is deze al grotendeels voorbij, maar in Appelscha is het werk nog in volle gang. De belangrijkste zakenrelatie is daar zijn neef Alle Wytzes. Ook in het Drentse Schoonoord waar zijn schoonzoon Auke Alles woont en in Nieuweroord waar zijn (nog aanstaande) schoonzoon Jan Alles zo rond 1870 de zaak begint op te zetten wordt op grote schaal verveend. Met 'broeder Pier' en zwager Engbert Suardus' Posthuma runt hij de oliemolen en de kalkovens te Gorredijk. Een vaste gewoonte is het bezoeken van de Gorredijkster weekmarkt op woensdag. Vele zakelijke transacties worden dan afgehandeld en hij eet bij zuster Aaltje 'op de molen'. In 1872 bedraagt het winstaandeel in de olieslagerij f 5468,-.

Dan is er nog regelmatig sprake van aan- en verkoop van onroerend goed op publieke verkopingen, die hij meestal met zijn zoon Wobbe bezoekt. Ook is van Alle Jans bekend dat hij grondwerk aanbesteedt. Eind 1861 is het leggen van een zeedijk ter lengte van 9401 meter, met een zeesluis voor de afwatering van de Vierkarspelen en Bellingwolder Zijlvesten en een duiker in de Dallingweersterdijk voor f 620.000,opgedragen aan: A.J. van der Sluis te Hemrik, A.W.van der Sluis te Appelscha, P.J.van der Sluis te Hemrik en E.S. Posthuma te Gorredijk. Zij namen het leggen van een uitwateringssluis bij Fimel aan voor f 91.890,-. In 1862 was het nieuwe gebied, de Reiderwolderpolder, door een stevige dijk van de zee afgesloten. Vlak hierna, in december 1863, ontstaan bij een storm grote doorbraken waardoor veel schade wordt veroorzaakt. Alle Jans probeert nog enkele malen een grote slag te slaan met aanneming van grondwerk, maar met f 287.000,- voor het aanleggen van 7 km. zeedijk bij Pieterburen zit hij echter 35 mille boven de laagste inschrijver. Zo wordt er ook een gooi gedaan naar een stuk zeedijk te Lemmer en naar de straatweg door Aengwirden, beide zonder succes.

Over zaken die zijn gezin betreffen schrijft Alle Jans zeer terughoudend. Uit het grote aantal bezoeken over en weer kunnen we wel opmaken dat de verhoudingen goed waren. Vooral met Mintje en Ruurd in Akkrum is veel contact. Wanneer Alle Jans voor zaken naar Leeuwarden moet stapt 'de vrouw' in Akkrum uit de trein. Veel zorgen zijn er om dochter Geeske te Schoonoord, die al jaren bedlegerig is. Ze lijdt aan zware rheumatische pijnen, vooral in de knieen. Steeds is een van haar jongere zusters, Aaltje of Theda (Tjitske) daar aanwezig om het gezin te verzorgen.

Het spreekt vanzelf dat Alle Jans ook een belangrijke rol speelde in het openbare leven. De belangrijkste functie was die van wethouder van de gemeente Opsterland. Zelfs vervangt hij enige tijd de burgemeester, die met ziekteverlof is. Een van zijn portefeuilles is Onderwijs, regelmatig moet hij bij sollicitaties proeflessen van onderwijzers bijwonen. Ook bij het zoeken naar een nieuwe burgemeester is hij actief, in een persoonlijk gesprek met de Commissaris des Konings raadt hij deze aan niet de heer Buma, maar de heer Van Harinxma thoe Slooten te benoemen, zoals later ook zou gebeuren. Dan is hij nog actief in de Friesche Mij. van Landbouw, de commissie tot aanleg van de weg Lemmer-Gorredijk-Groningen, de commissie tot beheer van de weg Heerenveen-Bergum, het Leesgezelschap te Beetsterzwaag, het Nut te Lippenhuizen en - trouw kerkganger als hij is - de kerkvoogdij en de kerkenraad. (toen Alle Jans op het gymnasium zat in Sneek vatte hij het plan op om dominee te worden, maar dit werd zijn vader toch te gortig en hij haalde zijn zoon onmiddellijk van school).
Toch blijft er tijd over voor ontspanning: regelmatig worden kermissen en harddraverijen bezocht. Op 1 april 1872 is het derde eeuwfeest van de inneming van Den Briel met optochten en vuurwerk. In mei maakt hij met zwager ESP een vierdaagse excursie door de provincie Groningen, waar zij o.a. veel belang stellen in aardappelmeelfabrieken. Eind augustus wordt in de stad Groningen het tweede Eeuwfeest van het Ontzet meegevierd. Ook laten Alle en de vrouw zich bij die gelegenheid fotograferen.
Met broeder Pier helpt hij 'bij verpozing' wijnkoper Hoeksma met het aftappen van een okshoofd Saint Julien, waarvan Pier 140, Wobbe 30 en hijzelf 110 flessen afneemt. Ook de jacht is populair, vele hazen en fazanten worden geschoten. Vrijgevig is hij ook: de Mij. tot nut van den Javaan krijgt twee gulden en de baanveger krijgt 40 cent per dag. Uit 1873 is van hem een paspoort bewaard gebleven (hiervoor afgebeeld), waaruit mag blijken dat hij ook het buitenland wel heeft bezocht.